Ode aan Tante Ger
Tante Ger is mijn favoriete tante. Kanttekening: ze is niet echt mijn tante, maar de peettante van Suzanne. Toch heb ik haar in mijn hart gesloten. Binnenkort viert ze haar 90e verjaardag, en wij hebben er zin in!
Jullie vragen je vast af waarom ze zo speciaal is. Je zou kunnen denken dat het komt doordat ze al zo oud is, geen kinderen heeft en misschien wat centen na te laten heeft. Maar nee, dat heeft er niets mee te maken. Tante Ger is inmiddels kleiner dan anderhalve meter, maar groots in mens-zijn. Een voorbeeld waar velen iets van kunnen leren. Mijn bewondering voor haar zit in haar levensverhaal.
Als jonge vrouw ging ze op vakantie naar Canada, waar familie van haar woonde. Daar ontmoette ze ome Harry, de broer van de moeder van mijn vrouw Suzanne. Hij was zijn broer Sjaak uit Lierop achterna gereisd en wilde zich definitief in Canada vestigen. De liefde voor elkaar en de vastberadenheid van tante Ger bracht ze terug naar Erp.
Tante Ger werkte in de zorg en had de verantwoordelijkheid om voor haar ouders in Erp te zorgen. Dus keerden zij en Harry terug naar Nederland, waar ze zich vestigden in de Melkerstraat. Het echtpaar kreeg nooit kinderen. Jammer, want ze zou ongetwijfeld een geweldige moeder zijn geweest—vol liefde, zorgzaamheid, humor en dankbaarheid.
Ome Harry werkte in de wegenbouw, terwijl tante Ger in de zorg bleef werken en als mantelzorger voor haar ouders klaarstond. Ze waren trouwe kerkbezoekers en hadden jarenlang een sterke band met pastoor Cees Rombouts—de voetballende pastoor die mij ooit nog godsdienstles gaf op de MAVO in Someren.
Samen verbouwden ze hun eigen groenten en kookten ze met ingrediënten uit de korte keten: van familie, vrienden en buren.
Tante Ger heeft een gouden levensfilosofie: altijd kijken naar wat nog wél kan, geloven in ‘wie goed doet, goed ontmoet’, oog hebben voor anderen en gebruikmaken van wat het leven je biedt. Ome Harry overleed jaren geleden aan kanker. Ook tante Ger bleef die ziekte niet bespaard. Daarnaast heeft ze een zwak hart, maar haar inborst is sterker dan ooit.
Een bezoek aan haar is een feestje. Ze leest nog steeds de Quest, mailt met familie in Canada en heeft een uitgesproken mening over de wereld—al blijft ze altijd open voor andermans zienswijze. Sinds kort rijdt ze niet meer zelf, maar laat ze zich met haar ouderenabonnement per taxi naar de Ravelweg brengen als er iets te vieren valt. Ze staat nog vol in het leven, al heeft ze de bezoeken aan de cardioloog stopgezet: “Dat kost allemaal geld. Als er iets is, ga ik wel naar de huisarts.”
Woonde ze in het Eind, dan zou ze wekelijks te vinden zijn in het brunchcafé—de vraag is alleen of ze aan tafel zou zitten of zou helpen als vrijwilliger in de bediening.
Ode aan tante Ger, die het leven leeft zoals het komt en er altijd iets moois van maakt. Laat je inspireren door een ander.
Deze column draag ik op aan onze tante Ger.
Twan van Moosdijk